Ben jij de superman van jouw vereniging?

Ben jij de superman van jouw vereniging?

Vrijwilligerswerk is vet! Wie wil er nou geen trainer zijn? Maar wat nou als vrijwilligerswerk een bron wordt van een burn-out? Soms is het werk als trainer gewoon te veel. Maar wat doe je hiertegen?

Ik kan me nog goed herinneren dat ik 10 jaar oud was en mijn hoofdtrainer naar me toe kwam om te vragen of ik na de training nog even kon blijven. Een heel belangrijk persoon van het bestuur wilde mij iets vragen. Na de training vroeg het bestuurslid of ik het leuk zou vinden om trainer te worden bij de kleuters. Wouw!! Ze vertrouwende mij om trainer te worden! Super gaaf!

Jarenlang heb ik gratis kleuters hun handje vast gehouden en begeleid door de training heen. Over de balk, door het klimrek, slingerend aan de ringen. Dat ik het leuk vond was duidelijk en ik mocht bij steeds meer groepen assistent trainer worden. Daarna heb ik mijn trainerslicenties gehaald. Ik kreeg steeds meer status en complimenten. Waardoor ik nog harder ging rennen en nam ik nog meer taken op mij. Ik was heel hard op weg om de supervrouw van mijn vereniging te worden.

Zojuist kreeg ik een column doorgestuurd van SportKnowhowXL.nl over burn-out en bore-out bij sportverenigingen. Deze column gaf aan dat wanneer je een sport beoefend het eigenlijk heel raar is om nee te zeggen tegen vrijwilligerswerk. Dat hoort er nu eenmaal bij. En als er dan ook nog eens een verenigingscultuur aan vast kleeft die vrijwilligers aanmoedigen en druk uitoefenen om meer te doen. Het artikel benadrukte de disbalans tussen de uren die de vrijwilliger in de vereniging en het werk stopt tegenover het plezier (, status en zingeving) dat de vrijwilligers ervoor terug krijgt. En wanneer die superman of supervrouw dan door krijgt dat de uren die hij erin stopt niet in balans is met het plezier dat hij terug krijgt, dan kan de lol er snel vanaf gaan.

Ik heb dit met een van de verenigingen waar ik trainer was ook meegemaakt. Het eerste jaar was alsof ik in de hemel was. Alles was geregeld en er was een heel team die bijna al mijn werk uit handen had genomen. Inclusief de communicatie over dat werk. Ik moest namelijk de vereniging leren kennen en daar mocht ik rustig de tijd voor nemen. Ik hoefde nergens over na te denken of rekening mee te houden. Geweldig! Het tweede jaar was echter de verassing. De vereniging had besloten dat ik nu alles wel moest weten. Ik kreeg nergens informatie over, want ‘iedereen weet toch al jaren hoe het werkt’. En dan kreeg ik ineens de opmerking ‘je had de meiden twee weken geleden moeten inschrijven voor die en die wedstrijd. Waarom heb je dat niet gedaan?’ of ‘de muziekjes hadden allang ingeleverd moeten zijn en in een .wav bestand omgezet moeten worden. Waarom heb je dat niet gedaan?’. Waar ze in het eerste jaar de taken over 5 personen verdeeld hadden, moest ik dan ineens in mijn eentje doen. En niemand had bedacht om dat even te communiceren met mij. In plaats van lesgeven moest ik ineens alle administratie gaan doen, presentielijsten printen, communicatie met de ouders, jaarplanning, management van het team, choreografie, muziek editten, wedstrijdplanning maken, wedstrijdboekjes schrijven, het kngu reglement updaten en dan ook nog eens elke training voorbereiden. Ik was er op een gegeven moment ipv 5 uur 20 uur per week mee bezig (wedstrijddagen niet meegerekend). En het enige wat ik te horen kreeg was commentaar van de leiding en sommige collega’s. Maar als je dan om informatie vroeg, dan was dat er niet. Dat zou ik ter zijne tijd wel te horen krijgen, om vervolgens weer achteraf een standje te krijgen dat ik weer iets ‘vergeten’ was om te doen. Ondanks de steun en complimenten van al mijn turnsters, de ouders en sommige andere collega’s, merkte ik dat de taken bleven opstapelen. Door het gebrek aan informatie werd ik onzeker. Ik wist gewoon niet meer waar ik aan toe was.

Terwijl diezelfde vereniging ook een voorbeeld is van hoe het wel kan.

  • Verdeel de taken.
  • Zorg dat alle deadlines van te voren duidelijk worden gecommuniceerd.
  • Zorg dat verwachtingen naar elkaar worden uitgesproken.
  • Wanneer een trainer voor 5 uur wordt ingezet, zorg dat de trainer al zijn taken in die 5 uur kan doen.
  • Tip uit column: zorg voor vrijwilligers-sabbaticals. Een jaar alleen sporten, zonder iets te hoeven organiseren.

En wat ik denk ik het aller domste vond: deel je werk met de hele vereniging. In het eerste jaar had een collega voor iedereen en voor elk niveau wedstrijdboekjes gemaakt. Het jaar daarop wilde ze de bestanden niet met mij delen. Waardoor ik hetzelfde werk nogmaals moest doen. Maak een dropbox met je vereniging en zorg dat alle trainers daar materiaal op kunnen zetten. Of maak een whatsapp (facebook groep of besloten vereniging community op de website) groep waar iedereen zijn instagram of youtube filmpjes op zet met de methodieken die hij voor de training gebruikt. Als je met 20 vrijwilligers 1 uur methodieken uitpluist, heeft iedereen maar 1 uur geïnvesteerd. Als iedereen dit voor zichzelf doet, heeft iedereen 20 uur geïnvesteerd. Een simpel sommetje, maar het maakt wel duidelijk waarom ik fan ben voor een whatsapp groep.

Ik heb inmiddels geleerd om mijn eigen grenzen te bewaken. Onlangs werd ik gevraagd om een nieuwe trainer in te werken. Super leuk! Totdat ik mijn verwachting had uitgesproken voor deze uren betaald te krijgen. Ik zou namelijk alle uren in de zaal staan en daadwerkelijk de turners afvangen en helpen tijdens de training. Zo dacht de vereniging er helaas niet over. De nieuwe trainer was trainer en kreeg dus betaald. Ik zou haar inwerken, maar dat moest ik maar uit liefde doen. Hier heb ik voor bedankt. Maar als collega mag ze me natuurlijk wel alle vragen stellen die ze heeft.

Geef een antwoord