Trainingsopzet

Trainingsopzet

Wat ik beter had kunnen doen binnen de trainingen van het Nederlands team

Dit was het moeilijkste punt van het afgelopen jaar, maar waarschijnlijk ook voor de komende jaren. Doordat alle cheerleaders vanuit heel Nederland komen, is er besloten om 1 dag per maand 8 uur lang te trainen. Voor de eerste training heb ik heel erg zitten puzzelen hoe je 8 uur lang de energie in balans houdt. Hele mooie tekeningen gemaakt van de energiesystemen voor mijn collega’s en de verhouding oefening en rust bedacht. En ik denk dat dat ook wel ok is gegaan het afgelopen jaar.

Wat er wel beter had gekund was de periodisering, ofwel het jaarschema. Meestal begin je met stunts los oefenen, daarna ga je naar enkele stunt samen oefenen, gevolgd door halve routines, waarna de hele routine volgt en je eindigt met een taper (herstel periode van 7 tot 14 dagen voor de wedstrijd). Maar omdat we maar zo weinig trainingen hadden, was dit bijna niet mogelijk. Je wilt namelijk zo snel mogelijk dat ze de hele routine kennen op muziek.

Droomroutine

Een mogelijk oplossing hiervoor is om voor de try-outs de routine al te schrijven in conceptversie. Je begint met te bedenken wat je droomroutine is, met de aller-moeilijkste en vetste stunts voor jouw niveau. Daarna ga je per stunt bekijken wat een stapje makkelijker is, totdat je uiteindelijk bij twee niveau’s lager uit komt. Dit doe je voor alle stunts uit jouw droomroutine. Het is de bedoeling dat de conceptversie erg flexibel is. Want het hoogste niveau is een partnerstunt en twee niveau’s lager kan een groupstunt zijn. Hier moet dus flexibele looproutes en choreografie voor bedacht zijn.

Informatie try-outs

Wanneer deze classificering gemaakt is, ga je al deze stunts opschrijven voor de try-outs. Dan weten de cheerleaders waar ze zich op kunnen voorbereiden. Tijdens de try-outs begin je met het laagste niveau stunts en werk je steeds naar een hoger niveau. Per cheerleader kan je dan classificeren in welk niveau zij mee kan doen en welk niveau te moeilijk wordt. Ook is het belangrijk om alle posities in de groepen te wisselen. Sommige cheerleaders trainen al jaren samen, maar kunnen niet met cheerleaders uit andere teams stunten. Je wilt het individuele niveau testen en niet die van de hele groep die stunt.

Informatie trainingen

Na de try-outs zou ik mijn classificering opdelen in de trainingen die er zijn, vanaf een niveau lager dat op de try-outs is laten zien. Als de classificering ingedeeld is per training, kan je deze informatie met de cheerleaders delen. Hun ‘huiswerk’ is om met zoveel mogelijk verschillende groepen deze stunts thuis te trainen. Daarnaast kan je elke training de volledige routine op muziek doen, waarbij elk niveau geoefend kan worden.

Van punt A naar B

Met de try-outs heb je bepaald waar je staat, wat je punt A is. Met de informatie over de droomroutine heb je bepaald waar je wilt eindigen tijdens het WK, wat je punt B is. En met de huiswerkopdrachten weet iedereen welke stappen ze moeten nemen om van punt A naar punt B te komen. En heb je een doelenlijst die je kan afvinken, zodat je een beeld krijgt of te langzaam bent of je droom te gemakkelijk is. Zo kan je ook tijdig de routine bijsturen.

Iedereen kwaliteiten benutten

Doordat de routine flexibel is, wordt het ook gemakkelijker om een ervaren groep te combineren met een groep dat minder ervaring heeft. Wanneer er de mogelijkheid is tot wisselen, kan je iedereen beter in haar kracht zetten. Wanneer een cheerleader geweldig is in partnerstunt, maar moeite heeft met baskets, kan je deze cheerleader in haar kracht zetten en haar de partnerstunt laten doen. En een andere cheerleader inzetten voor de baskets. Ik moet hierbij wel zeggen dat het gemakkelijker wordt als je meer teamleden hebt.

Wat heb ik geleerd?

Door de vele gesprekken met atleten en door mee te kunnen doen met team Nederland, heb ik veel geleerd over routines opbouwen. Ik heb geleerd dat er looproutes zijn en dat je loop-buddies kan hebben. Ik heb geleerd dat je statische en dynamische routines hebt en dat bijna iedereen de statische saai vinden. Ook heb ik geleerd dat er in de danswereld geen gemakkelijke manier is van choreografie opschrijven en dat je gewoon maar 10 blaadjes vol moet kliederen met posities en choreografie.

Daarnaast heb ik geleerd dat goed training kunnen geven aan je eigen team, iets heel anders is dan training geven aan een Nederlands team. Je moet logistiek veel meer regelen; je hebt atleten uit heel Nederland; en iedereen is een andere techniek en een andere manier van feedback ontvangen gewend. Ik merkte dat ik te gespecialiseerd was in groupstunt en dat mijn kennis in partnerstunt echt te kort schoot. Ik ben dan ook erg dankbaar dat ik zoveel heb kunnen leren het afgelopen jaar.

Geef een antwoord